ECLI:NL:PHR:2006:AV5002
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en waardering van merchandisingrechten en sponsoringopbrengsten bij betaaldvoetbalorganisatie
Deze zaak betreft de fiscale behandeling van merchandisingrechten en sponsoringopbrengsten van een betaaldvoetbalorganisatie (BVO) in de context van vennootschapsbelasting. De kernvraag is of deze intellectuele rechten op de openingsbalans kunnen worden geactiveerd en hoe deze moeten worden gewaardeerd.
De Hoge Raad bevestigt dat merchandisingrechten kwalificeren als bedrijfsmiddelen, maar oordeelt dat indien een BVO belastingplichtig is maar nog niet in de heffing is betrokken (gedoogsituatie), de merchandisingrechten op de openingsbalans op nihil moeten worden gewaardeerd. Dit voorkomt dat winst die in de belaste periode wordt behaald ten onrechte aan de onbelaste periode wordt toegerekend. Sponsoringopbrengsten worden niet als bedrijfsmiddel aangemerkt en behoren direct tot de omzet.
Verder wordt vastgesteld dat afschrijving op merchandisingrechten niet regelmatig kan plaatsvinden, maar slechts bij duurzame waardedaling een afwaardering gerechtvaardigd is. De Hoge Raad wijst ook op het belang van goed koopmansgebruik en het fiscale winstbegrip bij waardering en afschrijving. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bepaalt dat merchandisingrechten op de openingsbalans nihil moeten worden gewaardeerd en sponsoringopbrengsten niet als bedrijfsmiddel kunnen worden geactiveerd.