ECLI:NL:PHR:2006:AV6064
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker 1 en verzoekster 2, gehuwd in gemeenschap van goederen, vroegen de rechtbank Arnhem om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege een aanzienlijke schuldenlast. De rechtbank wees het verzoek af omdat zij onvoldoende aannemelijk achtte dat de schulden te goeder trouw waren ontstaan en onbetaald waren gelaten. Het hof Arnhem bekrachtigde dit oordeel na een mondelinge behandeling, waarbij het onder meer meewoog dat verzoekers ondanks een reeds aanzienlijke schuldenlast in 2000 hogere schulden zijn aangegaan voor de aankoop van een duurdere woning en een overbruggingskrediet afsloten dat hoger was dan nodig.
Verzoekers voerden aan dat de late levering van hun oude woning hen dwong tot het afsluiten van het overbruggingskrediet en dat zij niet te goeder trouw waren te verwijten. Ook stelde verzoeker 1 dat zijn dwangmatige uitgavenpatroon niet tot verwijt kan leiden en dat verzoekster 2 geen schuld treft. Het hof oordeelde echter dat verzoekers bewust grote uitgaven deden en meerdere hypotheken afsloten, en dat verzoekster 2 mede verantwoordelijk is omdat zij de hypotheekaanvragen mede ondertekende.
De Hoge Raad overwoog dat de gedragsmaatstaf van artikel 288 lid 2 onder Pro b Faillissementswet ruime beoordelingsvrijheid aan de rechter laat en dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd. Het hof heeft alle relevante omstandigheden meegewogen en geen essentiële stellingen onbesproken gelaten. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden.