ECLI:NL:PHR:2006:AV6094
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens verontschuldigbare termijnoverschrijding en schending aanwezigheidsrecht in hoger beroep
De verdachte werd in hoger beroep bij verstek veroordeeld tot een werkstraf van 60 uur voor mishandeling. De dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep bevatte een bijsluiter die de verdachte in de veronderstelling bracht dat de zaak op die zitting niet inhoudelijk zou worden behandeld en dat hij een nieuwe oproeping zou ontvangen. Hierdoor stelde verdachte zijn cassatieberoep pas na de wettelijke termijn in, wat normaal tot niet-ontvankelijkheid leidt.
De Hoge Raad oordeelt echter dat sprake is van een bijzondere, verdachte niet toe te rekenen omstandigheid die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt. Daarnaast is vastgesteld dat verdachte door een administratieve vergissing bij verstek is veroordeeld zonder dat hij de mogelijkheid kreeg alsnog aanwezig te zijn bij de inhoudelijke behandeling, wat in strijd is met art. 6 EVRM Pro.
Verder is gebleken dat het hof zijn beslissing niet heeft vastgelegd in een verkort arrest zoals voorgeschreven, maar slechts in een uittreksel, waardoor het arrest niet in stand kan blijven. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling in hoger beroep met aanwezigheid van verdachte.