ECLI:NL:PHR:2006:AV6197
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing heropening onderzoek bij afwezigheid verdachte door arrestatie
In deze zaak betrof het cassatieberoep een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere diefstalpogingen en diefstallen door twee of meer verenigde personen. Op de dag van de terechtzitting was verdachte om 00.28 uur aangehouden en daardoor niet aanwezig bij de zitting. Zijn raadsman verzocht na sluiting van het onderzoek om heropening van de terechtzitting.
Het hof wees dit verzoek af omdat verdachte niet tijdig aan het hof kenbaar had gemaakt dat hij de zitting wilde bijwonen of om aanhouding had verzocht, terwijl hij daartoe meerdere mogelijkheden had. Het hof benadrukte het belang van een spoedige afdoening van de zaak en dat verdachte al eerder aanwezig was geweest bij een zitting.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat verdachte zijn aanwezigheidsrecht heeft prijsgegeven. Het hof hoefde niet te onderzoeken of verdachte feitelijk mogelijkheden had om aanhouding te vragen, aangezien geen sprake was van absolute overmacht. Ook de klachten over het niet horen van getuigen en het ontbreken van een nadere motivering worden verworpen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.