ECLI:NL:PHR:2006:AV7389
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt duurzame ontwrichting huwelijk als grond voor echtscheiding zonder verplichte mediation
In deze zaak stond de echtscheiding tussen ex-echtelieden centraal, waarbij de vrouw de echtscheiding had verzocht wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk. De man stelde zich op het standpunt dat het huwelijk niet duurzaam ontwricht was en wilde eerst met de vrouw praten over voortzetting van het huwelijk. De vrouw wenste geen verdere gesprekken en verscheen niet bij de behandeling in hoger beroep.
Het hof had de echtscheiding uitgesproken op grond van duurzame ontwrichting, mede gebaseerd op het feit dat partijen al anderhalf jaar niet meer samenwoonden en de vrouw de echtelijke woning definitief had verlaten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onjuist had geoordeeld en dat het feit dat de vrouw niet bereid was tot gesprek een ernstige aanwijzing is voor duurzame ontwrichting.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het beginsel van hoor en wederhoor niet vereist dat de vrouw persoonlijk wordt gehoord, aangezien haar advocaat haar standpunten voldoende had toegelicht. Ook is mediation niet verplicht; hoewel de man mediation had voorgesteld, is medewerking van beide partijen vereist en kan mediation niet worden afgedwongen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee de uitspraak van het hof dat de echtscheiding terecht was uitgesproken wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de echtscheiding wegens duurzame ontwrichting terecht is uitgesproken zonder verplichting tot mediation.