ECLI:NL:PHR:2006:AV7892
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening civielrechtelijke vorderingen door ontvanger niet uitgesloten door Invorderingswet 1990
In deze zaak stond de vraag centraal of de ontvanger van de Belastingdienst een civielrechtelijke schuld aan een belastingschuldige mag verrekenen met een civielrechtelijke vordering op diezelfde belastingschuldige op grond van de verrekeningsregeling in het Burgerlijk Wetboek, ondanks de bijzondere verrekeningsregeling van artikel 24 Invorderingswet Pro 1990.
De voorzieningenrechter had geoordeeld dat de uitsluiting van verrekening in artikel 24 Iw Pro 1990 uitsluitend ziet op belastingschulden en niet op civielrechtelijke vorderingen zoals proceskostenveroordelingen en onverschuldigde betalingen. Dit oordeel werd aangevochten in cassatie.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 24 Iw Pro 1990 de verrekening van civielrechtelijke schulden en vorderingen niet uitsluit, omdat de bijzondere regeling alleen betrekking heeft op belastingschulden. De parlementaire geschiedenis en eerdere jurisprudentie ondersteunen deze uitleg. Het arrest van 29 oktober 2004, waarin verrekening tussen civielrechtelijke schuld en fiscale vordering werd uitgesloten, is niet van toepassing op situaties waarin beide vorderingen civielrechtelijk zijn.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde dat de ontvanger in gevallen zoals deze gebruik kan maken van de verrekeningsregels uit het Burgerlijk Wetboek voor civielrechtelijke vorderingen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de ontvanger civielrechtelijke schulden en vorderingen mag verrekenen, tenzij het belastingschulden betreft.