ECLI:NL:PHR:2006:AV8241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij doodslag door overrijden partner met vrachtwagen
Verdachte had zijn suïcidale en zwaar beschonken partner uit zijn vrachtwagen getild en ongeveer drie meter naast de wagen neergezet. Ondanks dat hij wist dat zij zich ter hoogte van de rechtervoorzijde van de vrachtwagen bevond en niet in staat was om te lopen, is hij gaan rijden zonder te controleren waar zij was. Hierdoor reed hij over haar heen, wat haar dood tot gevolg had.
Het hof stelde voorwaardelijk opzet vast, omdat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat hij haar zou overrijden en dit aanvaardde. Verdachte verklaarde dat hij tijdens het rijden niet aan haar had gedacht en niet was uitgestapt om te kijken, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze verklaring niet doorslaggevend kon zijn voor het bewijs van opzet.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verdachte dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom sprake was van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad benadrukte dat het hof op begrijpelijke wijze had vastgesteld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans had aanvaard dat hij zijn partner zou doden. Het beroep werd verworpen en de veroordeling tot drieënhalf jaar gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor doodslag met voorwaardelijk opzet en handhaaft de straf van drieënhalf jaar gevangenisstraf en rijontzegging.