ECLI:NL:PHR:2006:AV8535
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste causaliteitsbeoordeling bij doodslag met messteek
Verdachte heeft op 27 mei 2004 het slachtoffer met een mes in de rug gestoken, waarna het slachtoffer op 23 juni 2004 is overleden. Het hof sprak verdachte vrij van doodslag omdat het niet met zekerheid aannam dat de messteek causaal verband hield met de dood, mede vanwege een bacteriële infectie die als directe doodsoorzaak werd vastgesteld.
Deskundigen konden niet met zekerheid vaststellen dat de infectie door de messteek was veroorzaakt, maar noemden het verband wel zeer waarschijnlijk. Het hof achtte echter ook een kleine, onwaarschijnlijke mogelijkheid dat de infectie elders was opgelopen, waardoor het causaal verband volgens het hof niet bewezen was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de maatstaf van redelijke toerekening niet juist heeft toegepast. Een hoogst onwaarschijnlijke alternatieve oorzaak staat een bewezenverklaring van causaal verband niet in de weg. De messteek was naar haar aard geschikt om de dood te veroorzaken en de tussenkomst van medische omstandigheden doorbrak de causaliteitsketen niet.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting met inachtneming van deze overwegingen. De vrijspraak van doodslag wordt daarmee ongedaan gemaakt, behoudens de bewezenverklaring van een ander feit.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vrijspraak wegens onjuiste causaliteitsbeoordeling en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.