ECLI:NL:PHR:2006:AV8719
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van verdeling huwelijksgoederengemeenschap wegens dwaling en bedrog over aandelenwaarde
Partijen, ex-echtelieden, waren gehuwd in gemeenschap van goederen en hadden 40 aandelen in een vennootschap die onderdeel waren van de huwelijksgoederengemeenschap. Na ontbinding van het huwelijk sloten zij een overeenkomst tot verdeling van de gemeenschap, waarbij de waarde van de aandelen in eerste instantie werd vastgesteld op basis van een bindend advies per 31 december 1998, later in onderling overleg vastgesteld op een lagere waarde.
De vrouw stelde dat zij bij de verdeling was gedwaald over de waarde van de aandelen, omdat kort na de verdeling bleek dat de aandelen voor een veel hogere prijs waren verkocht. Zij vorderde vernietiging van de verdeling wegens dwaling en bedrog. Het hof oordeelde dat de peildatum voor waardering 31 december 1998 was en dat de vrouw niet gerechtigd was mee te delen in waardestijgingen na die datum.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de peildatum 31 december 1998 was, terwijl partijen in hoger beroep overeen waren gekomen dat de peildatum 31 mei 2000 was. Tevens miskende het hof dat voor vernietiging wegens dwaling geen vereiste is dat de man op de peildatum wist van de hogere waarde, maar dat benadeling van meer dan een vierde wordt vermoed bij bewezen benadeling. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.