ECLI:NL:PHR:2006:AV9435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid en billijkheid bij verzekeringsclausules in aansprakelijkheidsverzekering valschermzweeftoestel
In deze zaak stond centraal of de verzekeraar Winterthur terecht dekking kon weigeren op grond van clausules in de aansprakelijkheidsverzekering verbonden aan het lidmaatschap van de KNVvL. De piloot van een valschermzweeftoestel was betrokken bij een ongeval waarbij zijn tandempassagier letsel opliep. Winterthur beriep zich op clausules die dekking uitsloten indien niet conform de KNVvL-regeling werd gevlogen of zonder vergunning voor het liersysteem.
De rechtbank en het hof oordeelden dat het beroep op deze clausules naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was, omdat het ontbreken van de vereiste brevetten en vergunning niet de oorzaak of mede-oorzaak van het ongeval was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de verzekerde erop mocht vertrouwen dat de clausules alleen dekking uitsluiten bij schending van veiligheids- of opleidingseisen die het ongeval veroorzaken.
De Hoge Raad besprak uitgebreid de uitleg van de clausules, de bewijsopdracht en het causale verband tussen het ontbreken van brevetten en het ongeval. Ook werd bevestigd dat de clausules als kernbedingen gelden, maar dat hun toepassing niet onredelijk mag zijn. De Hoge Raad verwierp de klachten van Winterthur en wees het beroep in cassatie af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van Winterthur wordt verworpen; het beroep op de uitsluitingsclausules is onaanvaardbaar omdat het ontbreken van de vereiste brevetten niet de oorzaak van het ongeval was.