ECLI:NL:PHR:2006:AV9450
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid van paraplumachtiging bij voorwaardelijk ontslag psychiatrisch patiënt
De zaak betreft een verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een machtiging tot voortgezet verblijf van een betrokkene die voorwaardelijk uit een psychiatrisch ziekenhuis was ontslagen en feitelijk thuis verbleef. De rechtbank verleende de machtiging ondanks het verweer dat het hier ging om een paraplumachtiging, een machtiging die sinds 1 januari 2004 niet meer is toegestaan.
De Hoge Raad overweegt dat sinds de wetswijziging van 2004 een machtiging tot voortgezet verblijf alleen kan worden verleend indien de betrokkene instemt met het behandelingsplan en zich bereid verklaart de voorwaarden na te leven. De praktijk van de paraplumachtiging, waarbij een machtiging wordt verleend zonder daadwerkelijke opname en zonder instemming, is daarmee niet langer toegestaan.
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij ook moet worden onderzocht of een andere maatregel dan de gevraagde machtiging passender is. Dit alles in het belang van de rechtspositie van de betrokkene en conform de Wet BOPZ.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de machtiging tot voortgezet verblijf en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling.