ECLI:NL:PHR:2006:AW0475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rekening houden met niet tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid bij strafoplegging
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin verdachte is veroordeeld voor openlijk in vereniging geweldplegen tegen een persoon. Het hof legde een taakstraf van 100 uur op, subsidiair 50 dagen hechtenis, en kende een schadevergoeding toe aan de benadeelde partij.
In cassatie werd aangevoerd dat de redelijke termijn was overschreden en dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten door strafverzwarende omstandigheden mee te wegen die niet tenlastegelegd waren. De Hoge Raad constateerde dat de cassatiefase met 21 dagen was overschreden, wat een schending van de redelijke termijn oplevert, maar oordeelde dat volstaan kon worden met een constatering en een vermindering van de taakstraf tot 90 uur.
Voorts bevestigde de Hoge Raad dat de rechter bij de strafoplegging rekening mag houden met strafverzwarende omstandigheden die niet tenlastegelegd zijn, mits deze tijdens de terechtzitting zijn gebleken en de straf binnen het wettelijke maximum blijft. Dit betekent dat het hof niet de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door de ernst van het letsel mee te wegen bij de strafoplegging.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde de aangepaste strafoplegging. De zaak benadrukt de nuance in de toepassing van de grondslagleer en de ruimte voor de rechter om feiten die niet tenlastegelegd zijn mee te wegen bij strafoplegging binnen de wettelijke grenzen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de taakstraf van 100 naar 90 uur vanwege termijnoverschrijding.