ECLI:NL:PHR:2006:AW0484
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring merk en nabootsing in strafrechtelijke merkbescherming
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk invoeren van waren voorzien van een merk dat sterk overeenkomt met het merk 'Canomatic', geregistreerd door Canon.
Verdachte voerde verweer dat het recht op het merk 'Canomatic' was vervallen op grond van art. 5 lid 2 sub Pro a (oud) van de Eenvormige Beneluxwet op de Merken (BMW), omdat het merk gedurende vijf jaar niet normaal gebruikt zou zijn. Het hof verwierp dit verweer omdat niet was gebleken dat een bevoegde rechter het merk vervallen had verklaard in een procedure waarbij de merkhouder partij was.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door het verweer van vervallenverklaring niet inhoudelijk te onderzoeken. De strafrechter mag de vervallenverklaring niet uitspreken, maar moet wel de juistheid van het verweer onderzoeken en kan op grond daarvan tot vrijspraak komen. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte de maatstaf voor nabootsing in art. 337 lid 1 sub d Sr Pro heeft gelijkgesteld aan de civielrechtelijke maatstaf voor overeenstemmende merken uit art. 13 A BMW, terwijl een eigen strafrechtelijke uitleg passend is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof het verweer op vervallenverklaring inhoudelijk moet onderzoeken en een eigen strafrechtelijke maatstaf voor nabootsing moet hanteren.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste rechtsopvatting over vervallenverklaring en maatstaf nabootsing; de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.