ECLI:NL:PHR:2006:AW2094
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor ondeugdelijk gelegde kunststofvloeren en bewijslastverdeling
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van Deco Art, een verkoper en legservice van kunststofvloeren, centraal wegens ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden bij het leggen van vloeren in de woning van de koper. Na klachten bood Deco Art kosteloos herstel aan, wat door de koper werd geaccepteerd met behoud van het recht op ontbinding of schadevergoeding indien de gebreken bleven bestaan. Diverse deskundigenonderzoeken werden ingesteld om de oorzaak en omvang van de gebreken vast te stellen.
De rechtbank wees de vordering van de koper af, maar het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde Deco Art tot schadevergoeding. De Hoge Raad werd gevraagd te beoordelen of het hof de bewijslastverdeling correct had toegepast, met name of het hof ten onrechte van een resultaatsverbintenis was uitgegaan en of het bewijsrisico onjuist was verdeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het juridisch kader correct had geschetst: de opdrachtgever moet wanprestatie bewijzen, en de opdrachtnemer moet aannemelijk maken dat de tekortkoming niet aan hem te wijten is. Het hof had niet aangenomen dat sprake was van een resultaatsverbintenis, maar van een inspanningsverbintenis, en had uitvoerig de stellingen en rapporten beoordeeld. Klachten over een onjuiste toepassing van de hoofdregel van bewijslastverdeling faalden, evenals het betoog dat het hof een wettelijk vermoeden had geïntroduceerd.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee de aansprakelijkheid van Deco Art voor de gebrekkige vloer en de toegewezen schadevergoeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Deco Art aansprakelijk is voor de gebrekkige vloer en wijst de schadevergoeding toe.