ECLI:NL:PHR:2006:AW3559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering benadeelde partij en verrekening bij oplichting
In deze zaak is verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens meervoudige oplichting van een vennootschap onder firma, waarbij voorschotten voor een bouwproject werden misbruikt voor andere doeleinden. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding inclusief wettelijke rente vanaf de datum van de laatste bewezenverklaarde schade.
Het hof wees het verweer van verdachte af dat verrekening met een tegenvordering mogelijk zou zijn, omdat opzettelijke schadevergoeding volgens artikel 6:135 BW Pro verrekening uitsluit. Ook werd geoordeeld dat een vordering in reconventie in strafrechtelijke zin niet is toegestaan. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover van eenvoudige aard, in het strafproces behandeld kan worden.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht de wettelijke rente vanaf 17 januari 2002 heeft toegewezen, omdat de schuldenaar vanaf dat moment zonder ingebrekestelling in verzuim is wegens de onrechtmatige daad. Het beroep van verdachte tegen deze rentevergoeding faalt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de opgelegde straf en schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor oplichting en toewijzing schadevergoeding met wettelijke rente vanaf 17 januari 2002.