ECLI:NL:PHR:2006:AW3581
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat uitlenen vrachtauto met chauffeur geen eigen vervoer is
Een aannemersbedrijf, verdachte, bezat enkele vrachtwagens voor het vervoer van goederen ten behoeve van haar eigen onderneming. Op 10 september 2002 werd een vrachtauto met chauffeur uitgeleend aan een transporteur, die daarmee goederen voor derden vervoerde. Verdachte beschikte niet over een vergunning voor binnenlands beroepsvervoer en werd veroordeeld wegens overtreding van artikel 5, eerste lid, Wet goederenvervoer over de weg (WGW).
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat het vervoer als eigen vervoer moest worden aangemerkt, omdat het vervoer een ondersteunende activiteit was binnen haar bedrijfsvoering en voldaan werd aan de criteria van artikel 39 Besluit Pro goederenvervoer over de weg. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat het vervoer niet uitsluitend bestemd was voor de eigen onderneming, maar voor een derde niet met verdachte verweven onderneming.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat het uitlenen van de vrachtauto met chauffeur aan een derde, waarbij het vervoer voor derden werd verricht en afgerekend werd met de transporteur, geen eigen vervoer is. Ook de stelling dat sprake was van collegiale inleen of vriendendienst faalde, omdat dit niet in de wet of parlementaire geschiedenis als eigen vervoer wordt aangemerkt. Het beroep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het uitlenen van een vrachtauto met chauffeur geen eigen vervoer is en handhaaft de veroordeling wegens beroepsgoederenvervoer zonder vergunning.