ECLI:NL:PHR:2006:AW6109
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid ontslag op staande voet wegens onheuse bejegening onder invloed van alcohol
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een assurantiekantoor en een voormalig werknemer, een hypotheekadviseur, over de rechtsgeldigheid van zijn ontslag op staande voet. Het ontslag werd gebaseerd op klachten van twee klanten over onheuse bejegening, seksuele intimidatie en het uitschelden van deze klanten, waarbij de werknemer onder invloed van alcohol verkeerde. De werknemer betwistte het ontslag en stelde dat het contact met de klanten zich in de privésfeer had afgespeeld.
De kantonrechter oordeelde dat de gedragingen zich in de privésfeer hadden voorgedaan en dat het ontslag niet gerechtvaardigd was, waardoor het dienstverband werd ontbonden met een vergoeding. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was, omdat de werknemer de zakelijke belangen van de werkgever niet op behoorlijke wijze had behartigd door klanten thuis te ontvangen onder invloed van alcohol, waardoor de werkgever in diskrediet werd gebracht.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en stelde de jurisprudentie vast dat ook indien slechts een deel van de aan het ontslag ten grondslag gelegde feiten is vastgesteld, het ontslag rechtsgeldig kan zijn indien dat deel op zichzelf een dringende reden vormt. De Hoge Raad verwierp de klachten van de werknemer en oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had dat de werknemer onheus had gehandeld en dat dit het ontslag kon dragen. De Hoge Raad benadrukte dat het contact tussen werknemer en klant, ook al vond het thuis plaats, zakelijk van aard was en dat de werknemer extra alert had moeten zijn om de reputatie van de werkgever te beschermen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van de werknemer is rechtsgeldig verklaard en het cassatieberoep is verworpen.