ECLI:NL:PHR:2006:AW6598
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg erfdienstbaarheid van weg en sleutelafgifte bij geschil over binnenplaats en toegang
Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen van de eigenaar van een dienend erf en eigenaren van heersende erven over de uitleg van een erfdienstbaarheid van weg, gevestigd in 1978, en de afgifte van de sleutel van het hek dat de binnenplaats afsluit.
De percelen betroffen een voormalige boerderij met schuren, binnenplaats en weiland, die in 1978 gesplitst werden. De erfdienstbaarheid van weg werd gevestigd over de binnenplaats van het dienende erf ten behoeve van de heersende erven. Er ontstonden later conflicten over de omvang en het gebruik van deze erfdienstbaarheid, met name of deze alleen een voetpad betrof of ook gebruik met auto's omvatte, en of de sleutel van het hek aan de eigenaar van het heersend erf moest worden verstrekt.
De rechtbank stelde vast dat de erfdienstbaarheid slechts een voetpad betrof en dat de sleutel moest worden afgegeven. Het hof oordeelde echter dat de erfdienstbaarheid een weg van minimaal 2,50 meter breed omvatte, zodat autoverkeer mogelijk was, en dat de eigenaar van het dienende erf het hek moest ontsluiten, maar bevestigde ten onrechte de veroordeling tot sleutelafgifte. De Hoge Raad vernietigde dat deel van het arrest en bepaalde dat de veroordeling tot sleutelafgifte moest worden afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde dat de uitleg van de erfdienstbaarheid moet worden afgeleid uit de akte van vestiging, naar objectieve maatstaven, en dat de feitelijke partijbedoeling minder doorslaggevend is. De zaak werd zelf afgedaan door het hoogste rechtscollege.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor zover het de veroordeling tot sleutelafgifte betreft en wijst die vordering af.