ECLI:NL:PHR:2006:AW6612
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid verkoper voor bodemverontreiniging bij verkoop bedrijfspand
In deze zaak kochten de kopers in 1993 een perceel met een voormalige metaalbewerkingswerkplaats. Na de koop werd ernstige bodemverontreiniging vastgesteld, gerelateerd aan het vroegere bedrijf. De verkoper had in de koopakte verklaard geen kennis te hebben van verontreiniging die nadelig was voor het beoogde gebruik.
De kopers stelden de verkoper aansprakelijk wegens wanprestatie en onrechtmatige daad, omdat hij de verontreiniging niet had gemeld. De rechtbank oordeelde dat de verkoper tekort was geschoten en aansprakelijk was. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de kopers, gezien de onjuiste mededeling van de verkoper, niet verplicht waren zelf bodemonderzoek te doen.
De verkoper stelde in cassatie dat de kopers een onderzoeksplicht hadden en dat de vorderingen verjaard waren. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de verkoper onjuiste informatie gaf, waardoor de kopers niet hoefden te onderzoeken en dat de verkoper aansprakelijk is voor de schade en sanering.
De Hoge Raad ging ook in op de vraag of kennis van een adjunct-directeur van de koper aan de kopers kon worden toegerekend, en oordeelde dat dit niet het geval was. De cassatie werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: De verkoper is aansprakelijk voor de bodemverontreiniging en tekortkoming in mededelingsplicht, waardoor de kopers recht hebben op schadevergoeding en sanering.