ECLI:NL:PHR:2006:AX1560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid vordering tot herroeping in ruilverkavelingszaak
In deze zaak betrof het een vordering tot herroeping van een vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad dat bezwaren tegen een plan van toedeling in de ruilverkaveling "Marshoek-Hoonhorst" deels ongegrond verklaarde. Eiser had op grond van artikel 382 Rv Pro herroeping van dat vonnis gevorderd, maar de rechtbank wees deze vordering af.
Eiser kwam in cassatie tegen deze afwijzing. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat eiser ontvankelijk was in zijn vordering tot herroeping. De rechtsmiddelenuitsluiting van artikel 186 Landinrichtingswet Pro geldt ook voor het buitengewone rechtsmiddel van herroeping, zodat tegen een toedelingsvonnis geen herroeping openstaat.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis en verklaarde eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tot herroeping. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan. Dit arrest bevestigt de beperking van rechtsmiddelen in het kader van ruilverkavelingsprocedures en verduidelijkt de verhouding tussen de Landinrichtingswet en het Burgerlijk Procesrecht.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot herroeping van het toedelingsvonnis.