ECLI:NL:PHR:2006:AX1571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling verkoopopbrengst woning na beëindiging samenwoning voormalige partners
De zaak betreft een geschil tussen voormalige levenspartners over de verdeling van de verkoopopbrengst van een woning die formeel op naam van de man stond, maar waarvan de grond uit het privévermogen van de vrouw was betaald. Partijen hadden een samenlevingsovereenkomst gesloten waarin onder meer een recht op vergoeding van de vrouw was opgenomen voor haar inbreng in de grond.
Na beëindiging van de samenwoning werd de woning verkocht en ontstond discussie over de verdeling van de overwaarde. De rechtbank kende de vrouw een deel van de overwaarde toe, maar het hof vernietigde dit oordeel en wees de vorderingen van de vrouw af, waarbij het hof oordeelde dat geen verrekenovereenkomst bestond en dat het beroep op redelijkheid en billijkheid niet slaagde.
De vrouw stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet de juiste maatstaf (de Haviltex-norm) had toegepast bij de uitleg van de samenlevingsovereenkomst en onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde omstandigheden buiten beschouwing waren gelaten. Ook was het hof tekortgeschoten in de behandeling van het beroep op redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor nadere beoordeling.