ECLI:NL:PHR:2006:AX2040
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste heffingsmaatstaf forensenbelasting bij gemeubileerde recreatiewoning
Belanghebbende kreeg een aanslag forensenbelasting opgelegd door de gemeente Apeldoorn voor een gemeubileerde recreatiewoning die hij meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar hield. De aanslag was gebaseerd op een heffingsmaatstaf tussen €135.000 en €225.000, terwijl de WOZ-waarde van de onroerende zaak was vastgesteld op €39.000. Belanghebbende maakte bezwaar en het Hof verklaarde het beroep gegrond, oordelend dat de lagere WOZ-waarde als maatstaf diende.
De gemeente stelde in cassatie dat geen WOZ-waarde was vastgesteld voor het belastingobject en dat daarom de waarde volgens artikel 4, lid 2, van de Verordening moest gelden. De Hoge Raad bevestigde echter dat de woning en de grond samen één onroerende zaak vormen en dat de WOZ-waarde van €39.000 de juiste heffingsmaatstaf is. De uitleg van de Verordening door het Hof werd als juist beoordeeld.
De Hoge Raad benadrukte dat gemeenten de mogelijkheid hebben om de heffingsmaatstaf te herzien via de Wet WOZ indien zij menen dat de vastgestelde waarde onjuist is. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard, waarmee de uitspraak van het Hof standhoudt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de lagere WOZ-waarde geldt als heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting.