ECLI:NL:PHR:2006:AX2052
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste waardering forensenbelasting op basis van WOZ-waarde gemeubileerde recreatiewoning
Belanghebbende kreeg een aanslag forensenbelasting opgelegd door de gemeente Apeldoorn over 2003, gebaseerd op een waarderingsgrondslag tussen €135.000 en €225.000. Belanghebbende voerde aan dat de heffingsmaatstaf slechts €40.000 bedroeg, de waarde van de grond zonder de opstal. Het Hof Arnhem oordeelde dat de woning als één onroerende zaak moet worden beschouwd en dat de lagere WOZ-waarde van €40.000 als heffingsmaatstaf geldt.
De gemeente ging in cassatie tegen deze uitspraak, stellende dat geen WOZ-waarde was vastgesteld voor het belastingobject en dat daarom de waarde zoals genoemd in de verordening moest gelden. De Hoge Raad overwoog dat de woning en grond samen één onroerende zaak vormen volgens artikel 16 Wet Pro WOZ en dat de WOZ-waarde in de beschikking van 30 april 2003 van €40.000 daarom de juiste heffingsmaatstaf is.
De Hoge Raad bevestigde dat de uitleg van het Hof correct was en dat de aanslag op basis van de hogere waarde onjuist was. De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep ongegrond moet worden verklaard, waarmee de uitspraak van het Hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag forensenbelasting blijft gebaseerd op de WOZ-waarde van de gehele onroerende zaak.