ECLI:NL:PHR:2006:AX2055
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste heffingsmaatstaf forensenbelasting bij onroerende recreatiewoning
Belanghebbende was eigenaar van een gemeubileerde recreatiewoning in de gemeente Apeldoorn, waar hij geen hoofdverblijf had, maar die hij meer dan 90 dagen per jaar beschikbaar hield. De gemeente legde een aanslag forensenbelasting 2002 op, gebaseerd op een heffingsmaatstaf tussen €90.000 en €135.000. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de heffingsmaatstaf de WOZ-waarde van de grond alleen, €36.302, moest zijn.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de lagere waarde van de grond als heffingsmaatstaf moest gelden, omdat de verordening dit zo voorschreef en de uitleg van de gemeente onjuist was. De gemeente ging tegen dit oordeel in cassatie bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigde dat de woning een onroerende zaak vormt samen met de grond en dat de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting moet worden gebaseerd op de WOZ-waarde van het gehele object, zoals vastgesteld in de beschikking. De stelling van de gemeente dat de woning niet in de waardering was betrokken, werd verworpen. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het cassatieberoep ongegrond moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Apeldoorn wordt ongegrond verklaard en de heffingsmaatstaf voor de forensenbelasting is de WOZ-waarde van het gehele onroerende object.