ECLI:NL:PHR:2006:AX3083
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming informatie- en inspanningsverplichtingen
De schuldenares, een alleenstaande vrouw met vier inwonende kinderen en een WW-uitkering, werd bij vonnis van de rechtbank Utrecht definitief onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Later verzocht de bewindvoerster de rechtbank om de regeling tussentijds te beëindigen wegens onvoldoende medewerking van de schuldenares, waaronder slechts één betaling aan de boedelrekening, het niet aantoonbaar solliciteren en het niet verstrekken van benodigde informatie.
De rechtbank beëindigde de regeling en benoemde een curator. Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde vast dat de schuldenares toerekenbaar tekort was geschoten in haar verplichtingen, ondanks haar persoonlijke omstandigheden zoals haar alleenstaande status, minimale uitkering, en zorg voor vier kinderen. De schuldenares stelde cassatieberoep in, maar voerde geen verweer.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de schuldenares haar informatie- en inspanningsverplichtingen niet naar behoren was nagekomen, en dat dit een geldige grond vormde voor tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c Faillissementswet. De persoonlijke omstandigheden van de schuldenares konden dit niet rechtvaardigen. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen.