ECLI:NL:PHR:2006:AX3934

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
20 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02786/05 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij veroordeling voor rijden zonder verzekering

Aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor het rijden zonder verzekering op 29 januari 2004. Later bleek uit een verklaring van een betrokkene dat deze persoon op die datum de overtreding beging en de persoonsgegevens van aanvrager gebruikte. Tevens werd een 'billet de sortie' overlegd waaruit bleek dat aanvrager van 26 juli 2003 tot 30 januari 2004 in een Franse gevangenis zat.

De Procureur-Generaal vroeg verificatie van deze gegevens bij de Franse gevangenisdirecteur, die bevestigde dat aanvrager op de datum van het strafbare feit gedetineerd was. Dit leidde tot het ernstige vermoeden dat de rechtbank de aanvrager onterecht heeft veroordeeld.

De Hoge Raad concludeert dat de aanvrager niet de dader kan zijn geweest en verklaart de herzieningsaanvraag gegrond. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor herbehandeling conform artikel 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 02786/05 H
Mr. Knigge
Zitting: 16 mei 2006
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. Aanvrager van herziening is bij uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage, sector Kanton, van 17 januari 2005 wegens "als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg staan zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden", gepleegd op 29 januari 2004, bij verstek veroordeeld tot een geldboete van €490,- subsidiair negen dagen hechtenis, met de ontzegging van de bevoegdheid om gedurende vier maanden motorrijtuigen te besturen. De veroordeling is onherroepelijk geworden.
2. De herzieningsaanvrage is namens aanvrager ingediend door mr. S.M.C. van Beek, advocaat te 's-Gravenhage.
3. De aanvrage steunt op de stelling dat er sprake is van persoonsverwisseling, nu de aanvrager niet de persoon is geweest die het in het bovengenoemde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan.
4. Ter staving van deze stelling zijn bij de aanvrage onder meer de volgende stukken overgelegd:
(a) een op schrift gestelde verklaring van [betrokkene 1], gedateerd 29 september 2005, onder meer inhoudende:
"Ondergetekende (...) verklaart:
Dat hij op 29 januari 2004 (...) is aangehouden i.v.m. het rijden in de niet verzekerde personenauto met het kenteken [00-AA-BB].
Ondergetekende heeft toen niet aan de verbalisant zijn eigen persoonsgegevens bekend gemaakt, maar de persoonsgegevens van zijn zwager, [aanvrager] (...).
Ondergetekende beseft dat hij door zo te handelen misbruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van [aanvrager], die daardoor voor het betreffende strafbare feit ten onrechte, inmiddels onherroepelijk, is veroordeeld door de kantonrechter (...) bij vonnis van 17 januari 2005."
(b) een kopie van een 'billet de sortie' van 30 januari 2004, waaruit kan worden afgeleid dat [aanvrager] vanaf 26 juli 2003 in Frankrijk gedetineerd was, en dat hij (aldaar) op 30 januari 2004 in vrijheid is gesteld.
5. Ik heb het College van Procureurs-Generaal bij brief van 25 januari 2006 gevraagd om de betrouwbaarheid van het onder 4(b) bedoelde 'billet de sortie' te toetsen, door middel van verificatie van de daarin opgenomen gegevens. Bij brief van 5 april 2006 heeft het College van Procureurs-Generaal mij op de hoogte gesteld van de resultaten van het naar aanleiding van mijn verzoek ingestelde onderzoek. Deze resultaten houden (kort samengevat) in dat de directeur van de gevangenis van Longuenesse, Frankrijk, heeft verklaard dat [aanvrager], geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], van 26 juli 2003 tot en met 30 januari 2004 in de bedoelde gevangenis gedetineerd is geweest.
6. Het voorgaande brengt mij tot de conclusie dat de aanvrager niet de persoon kan zijn geweest die het in het onder 1 bedoelde vonnis bewezenverklaarde feit heeft begaan. Immers kan (in het bijzonder) uit de onder 4(b) en 5 bedoelde schriftelijke stuken worden afgeleid dat de aanvrager, die volgens de gedingstukken is geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats], op de pleegdatum (29 januari 2004) nog gedetineerd was in Frankrijk. Dit doet het ernstige vermoeden ontstaan dat de Rechtbank bij bekendheid met deze omstandigheid de aanvrager zou hebben vrijgesproken.
7. Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het gewijsde zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak op de voet van art. 467 Sv Pro opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG