ECLI:NL:PHR:2006:AX5379
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over onbetaald gelaten declaraties en opschortingsrecht bij overeenkomst van opdracht
De zaak betreft een geschil tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over onbetaald gelaten declaraties en de vraag of sprake is van een rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst. De opdrachtnemer (Wild Water World) had werkzaamheden gestaakt wegens onvrede, maar vorderde betaling. De opdrachtgever stelde zich op het standpunt dat de overeenkomst was beëindigd en voerde onder meer een beroep op opschorting en exceptio non adimpleti contractus (enac) aan.
De rechtbank veroordeelde de opdrachtgever tot betaling van de declaraties en incassokosten. Het hof bekrachtigde dit oordeel, waarbij het stelde dat de overeenkomst een doorlopende overeenkomst was met terugkerende rechten en verplichtingen, en dat de redenen voor het staken van werkzaamheden niet relevant waren zolang de overeenkomst niet was beëindigd.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het beroep op opschorting niet had behandeld, terwijl dit een essentiële stelling was. Verder werd geoordeeld dat de motiveringsklachten tegen het oordeel van het hof over beëindiging van de overeenkomst onvoldoende waren, omdat de feitelijke oordelen begrijpelijk waren en de opdrachtgever zelf had gesteld de overeenkomst niet te hebben beëindigd.
Ten aanzien van het beroep op de exceptio non adimpleti contractus stelde de Hoge Raad dat dit beroep slechts ziet op opschorting en niet op ontslag van de betalingsplicht, en dat het beroep in deze zaak niet slaagde. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, met name van het opschortingsverweer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het niet behandelen van het opschortingsverweer en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.