ECLI:NL:PHR:2006:AX6414
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat eigen waarneming rechter na sluiting onderzoek geen wettig bewijsmiddel is
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor een overval met bedreiging en diefstal. Het hof had onder meer gebruikgemaakt van een eigen waarneming van de rechter van het loopje van verdachte na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting als bewijsmiddel. De Hoge Raad stelt dat een dergelijke eigen waarneming buiten het onderzoek ter terechtzitting niet als wettig bewijsmiddel kan dienen, omdat dan de wederhoor en het hoor en wederhoor worden geschonden.
De Hoge Raad benadrukt dat openbaar ministerie en verdediging de gelegenheid moeten krijgen om zich over alle bewijsmiddelen uit te laten, hetgeen niet mogelijk is bij waarnemingen na sluiting van het onderzoek. Dit volgt uit de artikelen 338, 340 en 350 Sv en het beginsel van hoor en wederhoor, mede onderbouwd met jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM).
Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat de bewezenverklaring ook zonder de eigen waarneming van de rechter kan worden gehandhaafd, omdat het overige bewijs, zoals het signalement, bekentenis, fotoconfrontaties en getuigenverklaringen, voldoende overtuigend is. Daarnaast is het beroep op verklaringen van ouders van verdachte en een alternatieve dader niet voldoende om de veroordeling te doorbreken.
Het middel dat het hof de ouders van verdachte niet opnieuw heeft gehoord wordt eveneens verworpen, omdat verdachte zelf afwijkende verklaringen gaf over het tijdstip van de maaltijd, en er geen verzoek was gedaan om hen opnieuw te horen. De Hoge Raad bevestigt daarmee de veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 voorwaardelijk, en een schadevergoeding van €350.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 voorwaardelijk, ondanks onrechtmatig gebruik van eigen waarneming rechter.