ECLI:NL:PHR:2006:AX6514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij bewezenverklaarde diefstal
Op 6 oktober 2004 werd een inbraak gepleegd in een geparkeerde auto te Blerick. De politie arresteerde een verdachte die zich met de naam van de aanvrager voordeed. De beheerder van het kerkhof herkende deze verdachte als de inbreker. Verdachte bekende de diefstal tijdens verhoor.
Later werd echter een mogelijke persoonsverwisseling ontdekt: de broer van de aanvrager, die zich van diens persoonsgegevens bediende, was mogelijk de werkelijke dader. Diverse documenten, waaronder werkbriefjes en salarisstroken, toonden dat de aanvrager op het moment van de inbraak op zijn werk was. Politiefoto's en verhoren bevestigden de gelijkenis en het gebruik van identiteitsgegevens door de broer.
De Hoge Raad concludeert dat de aanvrager waarschijnlijk onterecht is veroordeeld en dat de rechter bij kennis van deze omstandigheden tot vrijspraak zou zijn gekomen. Daarom verklaart de Hoge Raad het herzieningsverzoek gegrond, beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.