ECLI:NL:PHR:2006:AX7454
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en matiging ontnemingsmaatregel in Antilliaanse zaak wegens onjuiste toepassing soortgelijke feiten en redelijke termijn
In deze cassatiezaak oordeelt de Hoge Raad over een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. De zaak betreft de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij de veroordeelde werd verplicht een bedrag te betalen dat was gebaseerd op witwassen van gelden uit de handel in verdovende middelen.
De verdediging had nieuwe stukken overgelegd die het hof niet aan het dossier wilde toevoegen vanwege het late tijdstip en de omvang van de stukken, wat volgens de Hoge Raad niet onjuist was gezien de procesorde en schriftelijke voorbereiding. Daarnaast stelde de verdediging dat het hof ten onrechte witwassen als een soortgelijk feit aanmerkte aan het bewezenverklaarde misdrijf van invoer en uitvoer van drugs.
De Hoge Raad bevestigt dat witwassen niet kan worden aangemerkt als soortgelijk feit in de zin van artikel 38e, tweede lid, WvSv Aruba, omdat het niet tot dezelfde delictscategorie behoort als het bewezenverklaarde misdrijf. De zaak wordt vernietigd voor zover het de hoogte van de betalingsverplichting betreft en deze wordt gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De betalingsverplichting tot ontneming wordt vernietigd en gematigd wegens onjuiste toepassing soortgelijke feiten en overschrijding redelijke termijn.