ECLI:NL:PHR:2006:AX8858

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00474/06 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij mishandeling

De Politierechter te Arnhem heeft aanvrager bij verstek veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens mishandeling en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. De advocaat van aanvrager verzocht herziening op grond van persoonsverwisseling, aangezien de aangehouden verdachte de tweelingbroer van aanvrager bleek te zijn.

Bewijsmateriaal toonde aan dat aanvrager op de datum van de mishandeling elders verbleef, onder meer door een reservering van een vliegtuigstoel en geldopnames op zijn naam in het buitenland. De verdachte gaf aanvankelijk de personalia van aanvrager op, maar corrigeerde dit later naar zijn eigen naam.

De Hoge Raad concludeert dat deze feiten een ernstig vermoeden van persoonsverwisseling opleveren, wat bij kennis hiervan tot vrijspraak had kunnen leiden. Daarom acht de Hoge Raad de herzieningsaanvraag gegrond en beveelt opschorting van de tenuitvoerlegging en verwijzing naar het gerechtshof voor behandeling volgens art. 467 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Conclusie

Nr. 00474/06 H
Mr Machielse
Zitting 4 april 2006
Conclusie inzake:
[aanvrager]
1. De Politierechter te Arnhem heeft aanvrager bij onherroepelijk vonnis op 16 maart 2005 bij verstek voor mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Tevens heeft de Politierechter de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Mr. R.F. Vogel, advocaat te Almere, heeft herziening aangevraagd op de grond dat er van een persoonsverwisseling sprake zou zijn geweest. De aangehouden verdachte is de tweelingbroer van aanvrager.
3. De bewijsmiddelen waaruit deze omstandigheid kan blijken zijn als bijlagen bij de aanvraag gevoegd. Uit deze bijlagen valt onder meer op te maken dat voor de vlucht van Amsterdam naar Gothenburg op woensdag 22 december (2004, welke datum inderdaad op een woensdag viel) een vliegtuigstoel op naam van [aanvrager] was gereserveerd (bijlage 3), dat van de bankrekening op naam van [aanvrager] in Gothenburg op 15 januari 2005 (de dag van de bewezenverklaarde mishandeling te Arnhem) via een geldautomaat in Gothenburg geld is opgenomen (bijlage 3), dat de op 15 januari 2005 te Arnhem aangehouden verdachte eerst de personalia van aanvrager opgaf, maar nadien, toen foto's en vingerafdrukken werden genomen, opgaf te zijn [betrokkene 1], de tweelingbroer van aanvrager, maar dat de aan hem meegegeven dagvaarding nog op de eerst opgegeven naam was gesteld (bijlage 5).
4. De inhoud van de hiervoor vermelde stukken geeft steun aan de stelling waarop de aanvrage berust, te weten dat in de zaak die leidde tot de uitspraak waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van persoonsverwisseling. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Uit het vorenoverwogene volgt dat zich volgens mij een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage mij gegrond voorkomt.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden