ECLI:NL:PHR:2006:AY0113
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsvoering bij bekentenis en motiveringsvereisten in strafzaak poging tot diefstal
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens poging tot diefstal door meerdere personen, waarbij met braak een pand werd betreden en een kluis werd weggenomen. Verdachte had het ten laste gelegde bekend, waarna het hof volstond met een opgave van bewijsmiddelen ter onderbouwing van de bewezenverklaring.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de rechter niet verplicht is expliciet te vermelden dat verdachte na bekentenis niet anders heeft verklaard of vrijspraak heeft bepleit, zoals bedoeld in art. 359 lid 3 Sv Pro, tweede volzin. Ook hoeft het hof niet te specificeren ter zake waarvan het proces-verbaal is opgemaakt. De verklaring van verdachte dat hij een kluis probeerde mee te nemen, werd door het hof terecht begrepen als het wegnemen van de daarin aanwezige goederen of geld.
De Hoge Raad benadrukt dat bij een bekentenis de bewijsmiddelen slechts hoeven te worden uitgewerkt indien een rechtsmiddel wordt aangewend. In dit geval was het beroep gericht op de strafmaat, waardoor het hof de bewijsmiddelen heeft toegelicht conform de wettelijke voorschriften. De klachten van verdachte over motiveringsgebreken en bewijsvoering werden verworpen. Het cassatieberoep is derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens poging tot diefstal met braak en verklaart cassatieberoep ongegrond.