ECLI:NL:PHR:2006:AY0139
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontnemingsvordering bij ontbreken bewezenverklaring in hoofdzaak
In deze zaak stond de vraag centraal of een ontnemingsvordering tot het terugvorderen van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden toegewezen wanneer het vonnis in de hoofdzaak geen bewezenverklaring bevat. De rechtbank had betrokkene veroordeeld voor meerdere feiten in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, maar het hof wees de ontnemingsvordering af vanwege het ontbreken van een bewezenverklaring in het vonnis van de rechtbank.
De Hoge Raad stelt dat een veroordeling een noodzakelijke voorwaarde is voor ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering, maar dat het niet vereist is dat de bewezenverklaring in het vonnis expliciet aanwezig is. De wet biedt ruimte om ook soortgelijke feiten, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde deze heeft begaan, als grondslag voor ontneming te gebruiken.
De Hoge Raad benadrukt dat het voordeel ontnomen kan worden indien het verkregen is door middel van of uit de baten van het strafbare feit of soortgelijke feiten. Dit betekent dat ook bij een integrale vrijspraak het ontnemingsrecht kan worden toegepast. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsvordering op basis van deze uitgangspunten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de ontnemingsvordering ondanks het ontbreken van een bewezenverklaring in het vonnis van de hoofdzaak.