ECLI:NL:PHR:2006:AY5701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van medezeggenschapsrecht bij wijziging functiewaarderingssysteem door overheid
Deze zaak betreft een geschil tussen de ondernemingsraad van het stadsdeel Zuideramstel en het college van B&W van Amsterdam over de vraag of een besluit tot wijziging van het functiewaarderingssysteem voor eigen personeel valt onder de instemmingsplicht van de ondernemingsraad volgens art. 27 lid 1 WOR Pro, of dat de uitzondering van lid 3 van toepassing is.
B&W hadden het functiewaarderingssysteem gewijzigd na overleg en instemming met vakbonden, maar zonder instemming van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad stelde zich op het standpunt dat instemming vereist was en startte een procedure. Zowel de kantonrechter als het hof oordeelden dat de uitzondering van art. 27 lid 3 WOR Pro van toepassing was, omdat het besluit een regeling van arbeidsvoorwaarden betreft vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.
De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en verduidelijkt dat de uitzondering ook geldt voor overheidsorganen die in samenspraak met vakbonden arbeidsvoorwaarden voor eigen personeel vaststellen. De Hoge Raad verwerpt de argumenten van de ondernemingsraad dat instemming vereist is bij nieuwe regelingen of dat formele besluitvormingsfasen ontbreken. De Hoge Raad concludeert dat de ondernemingsraad geen instemming hoeft te verlenen in deze situatie en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de uitzondering van art. 27 lid 3 WOR geldt voor door de overheid vastgestelde arbeidsvoorwaarden in samenspraak met vakbonden, waardoor instemming van de ondernemingsraad niet vereist is.