ECLI:NL:PHR:2006:AY6927
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid binnentreden en inbeslagname hennep zonder schriftelijke machtiging
In deze zaak stond centraal of het binnentreden van inspecteur Van den Ham in de woning van verdachte zonder schriftelijke machtiging in strijd was met artikel 2 van Pro de Algemene wet op het binnreden (Awbi). Tijdens een Pools rechtshulpverzoek werd in de woning van verdachte hennep aangetroffen, waarna inspecteur Van den Ham de uitlevering van de hennep vorderde. De inspecteur betrad de woning op dezelfde dag, trof een vriendin van verdachte aan en nam de hennep in beslag.
De verdediging stelde dat het binnentreden zonder schriftelijke machtiging onrechtmatig was en dat bewijsuitsluiting aan de orde moest zijn. Het hof oordeelde echter dat de inspecteur slechts een bijdrage leverde aan de uitlevering en dat een machtiging niet vereist was. De Hoge Raad nuanceerde dit oordeel door te stellen dat het hof het binnentreden rechtmatig achtte omdat de aanwezige persoon toestemming gaf namens de bewoners, en dat deze toestemming niet onbegrijpelijk was gelet op de omstandigheden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het binnentreden en de inbeslagname rechtmatig waren, waarbij het hof terecht had geoordeeld dat de aanwezige persoon bevoegd was om toestemming te geven en dat de inspecteur op grond daarvan mocht handelen. De zaak benadrukt de strikte eisen van artikel 2 Awbi Pro en de uitzonderingen daarop, waarbij toestemming van een bewoner of een schriftelijke machtiging vereist is, tenzij sprake is van een uitzondering zoals onmiddellijk gevaar.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het binnentreden en de inbeslagname rechtmatig waren en verwerpt het cassatieberoep.