18. De stukken van het geding houden, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
a. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte in eerste aanleg om te verschijnen op de terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank te Zutphen van 27 november 2001, houdt in dat die dagvaarding op 25 september 2001 aan de verdachte in persoon is uitgereikt.
b. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 27 november 2001 houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen en dat tegen hem verstek is verleend.
c. De aantekening van het mondeling vonnis in eerste aanleg van 27 november 2001 houdt in dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
d. Een akte rechtsmiddel houdt in dat de verdachte op 30 november 2001 ter griffie van de Rechtbank van Zutphen is gekomen en heeft verklaard beroep in te stellen tegen het eindvonnis van 27 november 2001.
e. Het arrest van het Hof van 13 september 2002 houdt in dat het vonnis, waarvan beroep, wordt vernietigd en dat de zaak wordt teruggewezen naar de Rechtbank te Zutphen.(2)
f. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte in eerste aanleg om te verschijnen op de terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank te Zutphen van 10 maart 2003, houdt in dat die dagvaarding op 15 januari 2003 is uitgereikt op het adres waar de verdachte als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens was ingeschreven aan een medewerker van de "Receptie AZC die zich op dat adres bevond en die zich bereid verklaarde de brief in ontvangst te nemen en onverwijld aan de geadresseerde te doen toekomen".
g. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 10 maart 2003 houdt in dat de verdachte aldaar aanwezig is geweest en dat de Politierechter het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd heeft geschorst en de oproeping van de verdachte tegen een nader te bepalen datum en tijd heeft bevolen.(3)
h. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de oproeping van de verdachte in eerste aanleg om te verschijnen op de terechtzitting van de Politierechter in de Rechtbank te Zutphen van 29 januari 2004, houdt in dat die oproeping, na een vergeefse poging tot uitreiking aan het adres [a-straat 1] te [plaats A], op 18 december 2003 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van die Rechtbank, "omdat de geadresseerde, blijkens de aan deze akte gehechte mededeling van de afdeling bevolking van diens woongemeente, op de dag van aanbieding van de gerechtelijke brief en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens op het op deze akte vermelde adres was ingeschreven", en dat die oproeping op 18 december 2003 als gewone brief is verzonden aan het hiervoor genoemde adres.
i. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 29 januari 2004 houdt in dat de verdachte aldaar aanwezig is geweest.
j. De aantekening van het mondeling vonnis van 29 januari 2004 houdt in dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken.
k. Een akte rechtsmiddel houdt in dat mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, op 11 februari 2004 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen is gekomen en heeft verklaard tot het afleggen van de hierna te noemen verklaring door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd en beroep in te stellen tegen het eindvonnis van 29 januari 2004.
l. Een akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van de dagvaarding van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het Gerechtshof te Arnhem van 22 februari 2005, houdt in dat die dagvaarding, na een vergeefse poging tot uitreiking aan het adres [b-straat 1] te [plaats B](4), op 20 december 2004 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Rechtbank te Arnhem, "omdat blijkens de aan deze akte gehechte mededeling van de afdeling bevolking van de woongemeente van de geadresseerde, deze op de dag van aanbieding van de gerechtelijke brief en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens op het op deze akte vermelde adres was ingeschreven", en dat die dagvaarding op 20 december 2004 als gewone brief is verzonden aan het hiervoor genoemde adres. Een eveneens aan het dubbel van die dagvaarding gehecht GBA-overzicht van 11 januari 2005 houdt in dat de verdachte vanaf 3 juni 2004 op het adres [c-straat 1] te [plaats C] stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
m. Een tweede akte van uitreiking, gehecht aan het dubbel van die dagvaarding, houdt in dat die dagvaarding, na een vergeefse poging tot uitreiking aan het adres [c-straat 1] te [plaats C], op 27 december 2004 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de Rechtbank te Arnhem, "omdat blijkens de aan deze akte gehechte mededeling van de afdeling bevolking van de woongemeente van de geadresseerde, deze op de dag van aanbieding van de gerechtelijke brief en tenminste vijf dagen nadien als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens op het op deze akte vermelde adres was ingeschreven", en dat die dagvaarding op 27 december 2004 als gewone brief is verzonden aan het hiervoor genoemde adres.
n. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 22 februari 2005 houdt in dat de verdachte aldaar aanwezig is geweest.
o. Het arrest van het Hof van 8 maart 2005 houdt in dat de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken.
p. Een akte cassatie houdt in dat mr. M.K. Rack, advocaat te Arnhem, op 22 maart 2005 ter griffie van het Gerechtshof te Arnhem is verschenen en heeft verklaard tot het aanwenden van het rechtsmiddel door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd en beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van 8 maart 2005.