ECLI:NL:PHR:2006:AY7458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Burenrechtelijke geschil over verwijdering en snoeiing van bomen nabij erfgrens
In deze zaak staat een burengeschil centraal tussen achterburen over de verwijdering en bijsnoeiing van bomen en heesters nabij de erfgrens. Verweerders vorderden dat eisers hun beplanting die dichter dan twee meter bij de erfgrens stond, zouden verwijderen of snoeien, op straffe van een dwangsom. Eisers bestreden deze vordering en stelden een tegenvordering in wegens overlast door afstromend water.
Tijdens de procedure werd een proces-verbaal van descente en comparitie opgemaakt waarin werd vermeld dat partijen overeenstemming hadden bereikt over het verwijderen en snoeien van een deel van de beplanting. Het hof veroordeelde eisers dienovereenkomstig, maar wees het bewijsaanbod van eisers om tegenbewijs te leveren af, omdat volgens het hof geen gespecificeerd bewijsaanbod was gedaan.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd omtrent de eis van een bewijsaanbod voor tegenbewijs. Volgens vaste rechtspraak moet tegenbewijs weliswaar worden aangeboden, maar hoeft dit niet gespecificeerd te zijn. Het hof heeft dit niet voldoende gemotiveerd en heeft de eisers ten onrechte niet toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling, waarbij ook de mogelijkheid tot schikking wordt benadrukt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van de juiste regels over bewijsaanbod en tegenbewijs.