ECLI:NL:PHR:2006:AY7935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dekking van verzekering ondanks concernverhouding en eigendomsvraag
In deze zaak stond centraal of een verzekeraar (Hannover) zich kon beroepen op het ontbreken van belang bij de verzekeringnemer [A] BV, omdat deze niet de juridische eigenaar of houder was van de betrokken vrachtwagen, en daardoor geen dekking hoefde te verlenen voor de door de verzekeraar betaalde schadevergoedingen.
De feiten betroffen een complexe concernstructuur waarbij [A] BV en [verweerster] feitelijk verweven waren, hoewel juridisch gescheiden. De vrachtwagen was geregistreerd op naam van [verweerster], maar de verzekering was afgesloten door [A] BV. Het hof oordeelde dat de verzekeringnemer de verzekering ten behoeve van het concern wilde afsluiten en dat de verzekeraar zich niet kon beroepen op het ontbreken van belang, mede gelet op redelijkheid en billijkheid.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de cassatiemiddelen van Hannover. De Raad stelde dat het hof terecht de feitelijke verwevenheid tussen de vennootschappen had meegewogen en dat de verzekeraar niet kon terugkomen op de dekking, ook niet op grond van art. 250 WvK Pro. De Hoge Raad benadrukte dat een verzekering ook ten behoeve van een derde kan worden afgesloten en dat het belang van de verzekerde centraal staat.
De uitspraak bevestigt dat in concernverhoudingen en bij feitelijke verwevenheid de formele eigendom niet doorslaggevend is voor de dekking van een verzekering, mits de verzekeringnemer het belang van de verzekerde beoogt te dekken en dit redelijk en billijk is.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de verzekering dekking biedt ondanks dat de verzekeringnemer niet de juridische eigenaar was, vanwege feitelijke verwevenheid binnen het concern en redelijkheid en billijkheid.