ECLI:NL:PHR:2006:AY8288
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijtekening aansprakelijkheid vervoerder bij ontdekking cocaïne in lading koffie
In deze zaak gaat het om een geschil tussen koper van een lading koffie en de zeevervoerder Nedlloyd over aansprakelijkheid na ontdekking van cocaïne in de lading na lossing in Dubai. De koper, vertegenwoordigd door eiser 1 en GCC Investments, vordert schadevergoeding wegens inbeslagneming, detentie en winstderving.
De vervoerder had een cognossement afgegeven met clausules die aansprakelijkheid voor directe ladingschade uitsluiten en daarnaast een bredere vrijtekening voor andere schade bevatten. De rechtbank wees het beroep op deze vrijtekening af, maar het hof gaf Nedlloyd gelijk en wees de vordering af. Het hof oordeelde dat de vrijtekening ook geldt voor gevolgschade anders dan directe ladingschade en dat Nedlloyd zich daarop kan beroepen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, wijst het cassatieberoep af en stelt dat de vrijtekening in het cognossement ook geldt voor de gevolgschade die niet samenhangt met verlies of beschadiging van de lading. Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de koper onvoldoende heeft bewezen dat Nedlloyd opzettelijk of met grove schuld heeft gehandeld of haar waarschuwingsplicht heeft geschonden.
De Hoge Raad benadrukt dat de redelijkheid en billijkheid zich niet verzetten tegen het beroep van Nedlloyd op de vrijtekening. Daarmee komt de Hoge Raad tot de conclusie dat Nedlloyd niet aansprakelijk is voor de door de koper geleden schade als gevolg van de cocaïne in de lading.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Nedlloyd zich kan beroepen op vrijtekening van aansprakelijkheid voor de gevolgschade door cocaïne in de lading.