Deze bepaling kwam in de oude statuten niet voor.
[Verzoeker 2] houdt via Tipica Investment S.A., hierna: Tipica, 38 % van de aandelen in IHD International B.V.. IHD International B.V. is 100 % aandeelhouder van IHD France s.a.r.l., hierna: IHD France, en IHD Airport Service B.V., welke laatste vennootschap aandeelhouder is van IHD Schiphol Services B.V.. Daarnaast houdt [verzoeker 2] sinds 9 december 2003 via Tipica alle aandelen van IHD Lion B.V., hierna: Lion. Daarvóór hield [verzoeker 2] via Tipica 50 % van de aandelen in Lion.
Uit het verslag van de bestuursvergadering van SVH van 25 oktober 1999, waarbij [verweerder 1] niet aanwezig was, blijkt dat daarin aan de orde is gekomen dat SVH zichzelf wil opheffen. Met het oog op de vraag (i) of er met de bestaande crediteuren een overeenstemming kan worden bereikt en de vraag (ii) of het mogelijk is de innovatieve taken van SVH op enigerlei wijze voort te zetten, blijkt uit het genoemde verslag dat men zich kan vinden in het plan waarbij Lion zich verbindt om het gedachtegoed van SVH over te nemen en verder te ontwikkelen tegen overname van 50 % van de bestaande schulden op onvoorwaardelijke basis en met potentiële overname van de resterende 50 % afhankelijk van de ontwikkelingen binnen Lion, waarbij als eis is gesteld dat de partijen die direct profiteren van de initiatieven van SVH (w.o. de Stichting) een licentieovereenkomst met Lion aangaan.
Tijdens de bestuursvergadering van de Stichting van 20 september 1999 heeft [verzoeker 2] gezegd dat Lion alle rechten op de naam IHD en de kwaliteit van de producten die onder de naam IHD worden verkocht, wil laten registreren en dat de Stichting een licentieovereenkomst met Lion zou moeten aangaan zolang ze de naam IHD wenst te gebruiken.
Op 6 maart 2000 is tussen onder meer SVH, de Stichting, Lion, IHD International B.V. en [verzoeker 2] een overeenkomst tot stand gekomen, die door [verzoeker 1] namens SVH en de Stichting is ondertekend. Voor zover in cassatie van belang, is daarbij overeengekomen dat de nominale schuld van SVH aan [verzoeker 2], f. 335.000,-, door IHD International B.V. en/of Lion wordt overgenomen en ook de renteschuld wordt overgenomen, met dien verstande dat dit als een natuurlijke verbintenis wordt aangemerkt waarbij betaling van de renteschuld volledig zal afhangen van de financiële mogelijkheden van IHD International B.V. en/of Lion in de komende zeven jaren. Verder is overeengekomen dat SVH al haar bezittingen, (merk)rechten, concepten, databestanden en relatiebestanden overdraagt aan IHD International B.V., SVH zich zo spoedig mogelijk opheft en de Stichting met IHD International B.V. en/of Lion een licentieovereenkomst zal sluiten.
Op 28 april 2000 is de opheffing van SVH geregistreerd.
Uit de notulen van de bestuursvergadering van de Stichting van 7 december 2001 volgt dat is besloten tot het opzetten van een kwaliteitscontrole, waarvoor € 147.478,- is gereserveerd, alsmede tot het opzetten van een thuiszorg voor residenten en vakantiegangers aan de Côte d'Azur, waarvoor € 56.723,- is gereserveerd.
In de notulen van de bestuursvergadering van 14 februari 2002(2) staat vermeld dat het bestuur heeft ingestemd met het voorstel van [verzoeker 2] dat IHD France en Lion voorschotnota's aan de Stichting sturen voor de projecten 'Kwaliteit' en 'Côte d'Azur' waarbij achteraf verantwoording zal plaatsvinden. Verspreid over de jaren 2002 en 2003 heeft de Stichting terzake van het kwaliteitsproject aan Lion in totaal € 245.000,- betaald en terzake van het project Côte d'Azur aan IHD France in totaal € 45.000,-. Het betreft hier voorschotbetalingen.
Op 17 april 2002 hebben IHD International B.V. en Lion afgesproken dat Lion de schuld van IHD International B.V. aan Tipica overneemt, Lion hiermee alle rechten op het 'Thuiszorg'-concept krijgt en IHD International B.V. geen aanspraak zal maken op de licentievergoeding van de Stichting zoals vermeld in de overeenkomst van 6 maart 2000.
Op 1 december 2003 heeft tussen [verzoeker 1] en [verweerder 1] een gesprek plaatsgevonden. Hetgeen het hof omtrent de inhoud van dit gesprek heeft vastgesteld, wordt in cassatie bestreden.(3) Naar [verweerder 1] heeft gesteld, en volgens het hof door [verzoekers] niet althans niet voldoende duidelijk is betwist, heeft [verzoeker 1] hem toen voorgesteld om uit de Stichting een bedrag van € 600.000,- aan Lion te betalen omdat [verzoeker 2] financiële problemen had en met deze betaling zou zijn geholpen. [verweerder 1] heeft dit voorstel van de hand gewezen.
Op 9 december 2003 heeft [verzoeker 1] (via een spoedopdracht) het laatste deel (€ 100.000,-) van de voorschotbetalingen terzake van het kwaliteitsproject aan Lion verricht. Van deze betaling is [verweerder 1] gebleken op 19 december 2003. Op 30 december 2003 heeft [verweerder 1] bij de politie tegen [verzoekers] aangifte gedaan van verduistering.
Op 12 januari 2004 is [verweerder 1], met onmiddellijke ingang, door [verzoekers] ontslagen als bestuurder van de Stichting.
Op 23 februari 2004 heeft de Stichting drie overeenkomsten gesloten, te weten:
(a) een samenwerkingsovereenkomst met Lion(4) waarin is bepaald dat Lion de Stichting zal ondersteunen in de verdere ontwikkeling van haar bedrijfsvoering, Lion software zal ontwikkelen en aan de Stichting ter beschikking zal stellen, Lion de Stichting zal begeleiden in het verkrijgen van ISO-normeringsoftware en Lion sterk zal investeren in de verdere ontwikkeling van de bestaande concepten, procedures en handelwijzen met betrekking tot het werkgebied van de Stichting, waartegenover de Stichting een jaarlijkse bijdrage van minimaal € 25.000,- aan Lion zal betalen(5) en uiterlijk op 1 maart 2004 voor de door haar verschuldigde bijdrage over de jaren 2000 tot en met 2003 een voorschot ten bedrage van € 250.000,- aan Lion zal zijn betaald;
(b) een overeenkomst waarbij de Stichting aan IHD Schiphol Service B.V. een bedrag van € 250.000,- leent tot uiterlijk 1 januari 2006;
(c) een tweede overeenkomst met Lion waarbij de verplichting van de Stichting om aan Lion uit hoofde van de samenwerkingsovereenkomst het bedrag van € 250.000,- te betalen voor de jaren 2000-2003 wordt opgeschort tot het moment dat IHD Schiphol Service B.V. het van de Stichting geleende bedrag aan haar zal hebben terugbetaald.
De Stichting is bij het aangaan van de overeenkomst genoemd onder (a) en (c) vertegenwoordigd door [verzoeker 1] en bij het aangaan van de overeenkomst genoemd onder (b) vertegenwoordigd door [verzoekers].
Thans is sinds 21 oktober 2004 mr. J.C. Dorrepaal en sinds 5 januari 2005 [betrokkene 2](6) in het handelsregister als bestuurder van de Stichting ingeschreven.