ECLI:NL:PHR:2006:AY8325
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid economische strafkamer en verwerping beroep verschoonbare rechtsdwaling
In deze zaak stond de vraag centraal of de rechtbank bevoegd was als economische strafkamer te oordelen over de aan verdachte ten laste gelegde economische delicten. De advocaat-generaal stelde dat het onderzoek nietig was omdat de zaak niet formeel aan de economische strafkamer was toegewezen, terwijl de dagvaarding uitsluitend economische delicten bevatte. Het hof oordeelde echter dat de rechters wel degelijk als economische strafkamer fungeerden, mede op basis van een bevestigend mailbericht van de voorzitter van de strafsector.
Verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van het overtreden van de Wet op de wisselkantoren en de Wet melding ongebruikelijke transacties. Hij voerde onder meer verschoonbare rechtsdwaling aan, stellende dat hij niet wist dat zijn activiteiten als wisselkantoor moesten worden aangemerkt en dat het wisselkantoor waarmee hij zaken deed hiervan op de hoogte was zonder bezwaar te maken. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat verdachte een zelfstandige onderzoeksplicht had en niet mocht vertrouwen op het wisselkantoor.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van verdachte. Ten aanzien van de bevoegdheid oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht aannam dat de rechters als economische strafkamer hadden gehandeld, ondanks het ontbreken van formele vermelding in het proces-verbaal en vonnis. Het beroep op verschoonbare rechtsdwaling faalde omdat verdachte onvoldoende had aangetoond dat hij zich had ingespannen om duidelijkheid over de wettelijke regels te verkrijgen.
De opgelegde straf werd verminderd van drie maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf naar 120 uur onbetaalde arbeid ten algemenen nutte. Verder werden klachten over de toepasselijkheid van bepaalde wetsartikelen en cumulatie van straffen door de Hoge Raad verworpen. De conclusie van de advocaat-generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur onbetaalde arbeid ten algemenen nutte wegens medeplegen van economische delicten.