ECLI:NL:PHR:2006:AY8772
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezags- en omgangsregeling na verhuizing moeder naar Nederland
De zaak betreft een geschil tussen een in Australië woonachtige vader en een moeder die met hun drie minderjarige kinderen in Nederland woont. De ouders hadden bij de Australische rechter afspraken gemaakt over gezamenlijk gezag en omgangsregelingen. Na verhuizing van de moeder en kinderen naar Nederland ontstonden problemen in de communicatie en uitvoering van deze afspraken.
De vader verzocht de Nederlandse rechtbank om de Australische afspraken vast te leggen en af te dwingen, terwijl de moeder wijziging van de omgangsregeling en eenhoofdig gezag voor haarzelf vorderde. De rechtbank wees het verzoek van de vader af en wees enkele verzoeken van de moeder toe. Het hof vernietigde de afwijzing van de moeder en wijzigde de omgangsregeling en het gezag ten gunste van de moeder.
De vader kwam in cassatie tegen deze beslissingen, stellende onder meer dat het hof het recht op een eerlijk proces had geschonden en dat wijziging van de omgangsregeling alleen bij gewijzigde omstandigheden mogelijk is. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat het hof terecht oordeelde dat de omstandigheden waren gewijzigd en dat het belang van de kinderen leidend is bij gezagswijzigingen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de beslissingen van het hof worden bevestigd.