ECLI:NL:PHR:2006:AY8880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontuchtige handelingen bij minderjarige en bewijsvoering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's Gravenhage waarbij de verdachte is veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige onder de zestien jaar. Het hof heeft bewezen verklaard dat de verdachte het slachtoffer, destijds twaalf jaar oud, meermalen op haar wang en in haar nek heeft gekust. Daarnaast is van belang dat de verdachte met een hand heeft geprobeerd onder de handdoek te komen die het slachtoffer om zich heen had geslagen.
De Hoge Raad overweegt dat zoenen op wang en nek op zichzelf niet per definitie een seksuele gedraging is, maar dat het karakter van ontucht kan krijgen door de omstandigheden waaronder het plaatsvindt. Het leeftijdsverschil tussen de verdachte (zeventien jaar) en het slachtoffer (twaalf jaar) speelt een belangrijke rol, evenals de poging tot aanraking onder de handdoek. Deze omstandigheden maken het zoenen ontuchtig in de zin van artikel 247 Sr Pro.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af, maar constateert dat de redelijke termijn voor berechting is overschreden. Daarom moet de opgelegde straf worden gematigd, tenzij binnen een maand op het beroep wordt beslist. Tevens is het aanvankelijke ontbreken van een aanvulling op het verkorte arrest hersteld, waardoor klachten over bewijs en bewijsverweren niet ontvankelijk zijn.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen met matiging van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.