ECLI:NL:PHR:2006:AY8901
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping beroep op vrijspraak bij opzetheling gestolen fiets
In deze zaak werd verzoeker door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens opzetheling van een gestolen fiets. De verdediging voerde in hoger beroep aan dat er onvoldoende aanleiding was voor aanhouding en verdenking, en verzocht om vrijspraak. Het hof oordeelde dat de omstandigheden waaronder verdachte en zijn vrienden bij de kennelijk gestolen fiets werden aangetroffen, voldoende waren voor een redelijk vermoeden van schuld en verwierp het verweer tot vrijspraak.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof bij de motivering van zijn oordeel niet voldeed aan de vereisten van artikel 359 lid 3 Sv Pro, omdat het niet met voldoende nauwkeurigheid had aangegeven op welke feiten en omstandigheden het zijn oordeel baseerde. Desondanks vond de Hoge Raad de beslissing niet onbegrijpelijk of onjuist in rechtsoordeel en verwierp het cassatieberoep.
De zaak benadrukt het belang van een gedetailleerde motivering door het hof wanneer een beroep op vrijspraak wordt gedaan, maar bevestigt tevens dat het hof in dit geval terecht het verweer heeft verworpen op grond van de aanwezige aanwijzingen en omstandigheden rondom de aangetroffen fiets en verdachte.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde veroordeling voor opzetheling.