ECLI:NL:PHR:2006:AY8961
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid arrest wegens ontbreken gemotiveerde beslissing op betwisting verklaringen aangever
In deze zaak is de verzoeker door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige en het vervaardigen en bezit van afbeeldingen van seksuele gedragingen met een minderjarige. De straf bedroeg 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
De kern van het cassatieberoep betrof het verweer dat het hof niet op juiste wijze had beslist op het betwiste standpunt van de verdediging dat de verklaringen van de aangever vals en onbetrouwbaar zouden zijn. Dit standpunt was uitdrukkelijk en met argumenten onderbouwd naar voren gebracht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met artikel 359, tweede lid, Sv niet de motieven had gegeven waarom het van dit standpunt was afgeweken, wat leidt tot nietigheid van het arrest op grond van artikel 359, achtste lid, Sv. De conclusie van de Procureur-Generaal was dat het middel faalt en het beroep verworpen moet worden, maar de Hoge Raad vernietigt het arrest vanwege het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het betwiste verweer.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een gemotiveerde beslissing op het betwiste verweer, wat leidt tot nietigheid.