ECLI:NL:PHR:2006:AY8967
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ruime uitleg begrip 'ten verkoop in voorraad hebben' bij verboden diereningreep
In deze zaak stond de uitleg van het begrip 'ten verkoop in voorraad hebben' in artikel 41, derde lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren centraal. Verzoeker werd veroordeeld wegens het medeplegen van overtreding van dit artikel, omdat hij vijf Bouvier-pups met gecoupeerde staarten in voorraad had, terwijl de staarten kort na de geboorte waren gecoupeerd op verzoek van kopers.
Verzoeker stelde dat de pups al verkocht en geleverd waren vóór de ingreep, waardoor hij zich niet schuldig zou hebben gemaakt aan het strafbare feit. Het hof verwierp dit standpunt en stelde dat de verkoop pas voltooid is bij daadwerkelijke overdracht van de pups aan de koper. Daarmee had verzoeker de pups ten verkoop in voorraad, omdat hij deze nog onder zich had voor overdracht.
De Hoge Raad bevestigde deze ruime uitleg van het begrip 'ten verkoop in voorraad hebben', passend bij het doel en de strekking van de wet die dieren beschermt tegen verboden ingrepen. De wetgever wilde voorkomen dat het verbod op verboden ingrepen zou worden omzeild door dieren al te verkopen vóór de ingreep, maar ze pas over te dragen daarna.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en oordeelde dat de ruime uitleg van het begrip niet in strijd is met het EVRM. De veroordeling van verzoeker werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: De veroordeling wegens het ten verkoop in voorraad hebben van honden met een verboden ingreep wordt bevestigd.