ECLI:NL:PHR:2006:AY9169
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtshulpverlening ondanks bezwaren over Duitse onderzoekspraktijken
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de Rechtbank Arnhem die verlof verleende tot overdracht van inbeslaggenomen stukken aan Duitse justitiële autoriteiten. De stukken werden overgedragen met het beding dat zij na gebruik worden teruggezonden.
De verzoekster klaagde onder meer dat de stukken reeds vóór onherroepelijke beslissing aan de Duitse autoriteiten waren verstrekt en dat sprake was van een tweede rechtshulpverzoek gebaseerd op gegevens uit een eerder verzoek. Ook werd betoogd dat de Duitse rechter de kring van verdachten ruimer had bepaald dan toegestaan volgens Duits recht en dat het onderzoek neerkwam op vervolging wegens ras of nationaliteit.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Het vroegtijdig verstrekken van stukken was geen beslissing van de rechter en dus niet vatbaar voor cassatie. Het tweede rechtshulpverzoek was niet onrechtmatig en het is niet aan de Nederlandse rechter om de uitleg van Duits strafprocesrecht te toetsen. Bovendien was het Duitse onderzoek gericht op ondernemingen in de horeca en niet op bevolkingsgroepen.
De Hoge Raad benadrukte dat rechtshulpverzoeken krachtens internationale verdragen zoveel mogelijk moeten worden ingewilligd, tenzij wezenlijke belemmeringen of ernstige inbreuken op fundamentele procesbeginselen zich voordoen. De klachten voldeden hier niet aan, zodat het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verlof tot overdracht van stukken aan Duitse autoriteiten blijft in stand.