ECLI:NL:PHR:2006:AY9575
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen invoer cocaïne ondanks vormverzuim kennisgeving inverzekeringstelling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne in Nederland, in strijd met artikel 1, vierde lid, van de Opiumwet.
Het hof heeft vastgesteld dat verdachte bewust handelingen heeft verricht die gericht waren op het binnenbrengen van cocaïne, waaronder het gereedstaan om de cocaïne na aankomst in Nederland te onderscheppen. Dit werd ondersteund door verklaringen, telefoongesprekken en andere bewijsmiddelen. Hoewel verdachte de koffer met cocaïne niet zelf heeft kunnen bemachtigen, was zijn actieve betrokkenheid voldoende voor medeplegen.
Verdachte voerde verweren aan tegen de bewijsvoering, waaronder een vormverzuim omdat de kennisgeving van zijn inverzekeringstelling niet tijdig aan zijn advocaat was gedaan. De Hoge Raad oordeelde dat dit vormverzuim weliswaar aanwezig was, maar dat dit niet heeft geleid tot daadwerkelijke schending van de belangen van verdachte, zodat de verklaringen niet uitgesloten hoefden te worden.
Daarnaast klaagde verdachte over overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep. De Hoge Raad erkende deze overschrijding en besloot de straf te verminderen. Het cassatieberoep werd verder verworpen, waarmee de veroordeling voor medeplegen van invoer cocaïne in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen invoer cocaïne en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.