ECLI:NL:PHR:2006:AY9576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid openen FedEx-poststuk zonder rechterlijk bevel bij toestemming afzender
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld voor medeplegen van drugshandel en deelname aan een criminele organisatie. Een centraal geschilpunt was de rechtmatigheid van het openen van een FedEx-poststuk zonder bevel van de rechter-commissaris. Het hof had geoordeeld dat de afzender door het gebruik van FedEx en het invullen van de airwaybill impliciet toestemming had gegeven voor het openen van de brief, ook op verzoek van de douane.
De verdediging stelde dat het openen van de binnenste enveloppe onrechtmatig was omdat geen rechterlijk bevel was gegeven en de FedEx-voorwaarden niet van toepassing waren op die binnenenveloppe. Het hof verwierp dit verweer op basis van getuigenverklaringen en het feit dat de binnenenveloppe niet was geopend door FedEx of de douane.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 26 van Pro de Douanewet een rechterlijk bevel vereist tenzij de afzender of geadresseerde toestemming geeft. De contractuele voorwaarden van FedEx werden aldus uitgelegd dat de afzender vooraf toestemming verleent voor het openen van het poststuk. De Hoge Raad verwierp het middel dat dit niet zou gelden en oordeelde dat het hof geen onjuiste of onbegrijpelijke opvatting had gegeven.
Daarnaast werd een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure gegrond verklaard, waarna de straf werd verminderd. Het beroep werd echter voor het overige verworpen, waardoor de veroordeling bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.