ECLI:NL:PHR:2006:AY9686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen bindende huurovereenkomst wegens niet tijdig ondertekend aanbod
In deze zaak stond centraal of tussen eiseres en K&B een bindende huurovereenkomst was gesloten betreffende het huren van loodsen op een bedrijfsterrein van een gefailleerde onderneming. Eiseres stelde dat er een overeenkomst was gesloten en dat K&B de onderhandelingen onrechtmatig hadden afgebroken. K&B betwistten dit en stelden dat geen overeenkomst was gesloten omdat eiseres niet had voldaan aan de voorwaarden, waaronder het tijdig ondertekenen van de huurovereenkomst.
De feiten betroffen onder meer dat K&B op 12 en 18 december 2000 concepten van de huurovereenkomst aan eiseres hadden toegezonden met het verzoek deze te ondertekenen en terug te zenden. Eiseres liet dit na, ondanks herhaalde verzoeken en de dringende deadline van 22 december 2000 die door de curator was gesteld om de transactie af te ronden. Op 22 december 2000 trok K&B het aanbod in en sloten zij een overeenkomst met een derde partij.
Het Hof oordeelde dat de huurovereenkomst pas bindend zou zijn na ondertekening door eiseres van het schriftelijke document, en dat het niet tijdig reageren op het aanbod ertoe leidde dat het aanbod verviel. Er was geen sprake van onrechtmatig afbreken van onderhandelingen door K&B. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep af. De Hoge Raad benadrukte de vrijheid van contracteren en het recht van partijen om als voorwaarde te stellen dat instemming uit een ondertekend document blijkt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat geen bindende huurovereenkomst is ontstaan doordat eiseres het aanbod niet tijdig heeft ondertekend en teruggezonden.